Hoe zit een band in elkaar?
De band is een composiet, dat wil zeggen een samenvoeging van materialen met verschillende eigenschappen waarvan de vervaardiging erg nauw luistert. Een band bestaat uit de volgende halffabrikaten:
Een zeer luchtdichte laag synthetisch rubber.
Deze laag komt binnen in de band en functioneert als binnenband.
De karkaslaag.
Dit karkas bestaat uit dunne textielkoorden die in rechte bogen op het rubber worden vastgezet. Deze koorden spelen een sleutelrol in de structuur van de band en zorgen ervoor dat hij bestand is tegen de bandenspanning. In een laag van een autoband zitten ongeveer 1400 koorden die elk weerstand kunnen bieden aan een kracht van 15 kg.
Een vulrubber voor de hielzone.
Dit moet de motor- en remkoppels van de velg doorgeven naar het wegdek.
De zijwanden van soepel rubber beschermen de band tegen schokken die het karkas zouden kunnen beschadigen, zoals het stoten tegen stoepranden. Een harde rubbersoort zorgt voor de verbinding tussen de band en de velg.
De loopvlaklaag is versterkt met zeer dunne, maar zeer sterke staalkoorden die kruislings en schuin boven op elkaar zijn bevestigd. De kruising van deze koorden met de koorden van het karkas vormt driehoeken die niet vervormd kunnen worden. Dit zorgt ervoor dat het loopvlak erg stijf wordt. Doordat het loopvlak zo stijf is blijft de diameter van de band exact hetzelfde, ondanks de centrifugerende kracht die op het wiel komt. Ook moet de band stijf genoeg zijn om weerstand te bieden tegen dwarskrachten.
Het loopvlak is het deel van de band dat een profiel krijgt en contact maakt met de weg. Het loopvlak moet bestand zijn tegen grote krachten. Het mengsel waaruit dit contactvlak bestaat moet goede grip geven op alle soorten ondergrond, moet bestand zijn tegen afslijting en mag niet al te warm worden.